Over radicale eerlijkheid, bijvoorbeeld als ik weer eens niet kan slapen
- 3 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Vijf jaar geleden rond deze tijd had ik een advocaat aan de telefoon. Ik was begonnen met gesprekken over re-integratie na mijn burn-out, maar wist dat dat hem niet ging worden. Dat wil zeggen; mijn lijf wist het in elke vezel. Mijn hoofd wilde alleen nog niet mee. Vandaar een oriënterend gesprek met een advocaat.
“Heeft het nog zin?” vroeg hij eenvoudig en liet een stilte vallen.
Ik aarzelde, heeft wat nog zin?
“Gesprekken hebben, in deze fase”, antwoorde hij kalm, “heb je er nog vertrouwen in of ben je vooral een eng besluit aan het uitstellen?”
Bam!
Er ging een lichtje aan in mijn hoofd en ik hoorde mezelf zeggen “nee, het heeft geen zin”.

Ik wist al langere tijd dat de organisatie waar ik voor werkte een andere koers wilde dan waar ik in geloofde. Dat er steeds meer van mij gevraagd werd, waar ik domweg niet geschikt voor was.
Ik was mezelf als rondje al jaren in een vierkantje aan het persen en ik wist ook hoeveel gesprekken ik daar al over had gevoerd. En dat precies dat had bijgedragen aan mijn burn-out. Ik was maar half mezelf en maar half wat men van mij verwachtte en daarmee steeds meer mezelf kwijt.
“Nou”, zei de advocaat, “zal ik dan maar gewoon een voorstel voor ontslag maken?”
En zo geschiedde. Ineens was daar het lang uitgestelde besluit. En in plaats van angst, overviel me een enorme opluchting en rust.
Sinds die tijd herken ik dat gevoel steeds beter.
Ik ben een goede slaper. Behalve als ik het niet ben. En vrijwel altijd is het niet in slaap kunnen vallen, een gevolg van niet eerlijk kijken naar wat er knelt. Ik kom niet tot het doorhakken van een knoop, omdat ik om de hete brij blijf heen draaien.
Omdat ik ‘het niet kan maken om…’, of ‘dit commitment nou eenmaal ben aangegaan’, of omdat ik ‘anderen dan in de steek laat’ of bang ben voor de reacties.
Het grootste energielek zit echter in het focussen op een besluit dat genomen moet worden, in plaats van op de essentie van het probleem. Dus doe je nog één poging, maak je nog één rationele afweging, zet je nog één keer alle argumenten en verzachtende omstandigheden op een rij, plan je nog één gesprek. Om maar te komen tot dat ene afgewogen besluit. En intussen wordt ’s avonds in slaap vallen steeds een beetje moeilijker.
Mijn grootste eye-opener door dat ene zinnetje van die advocaat was, dat een besluit organisch volgt als je erkent waar het schuurt.
Het is intussen een soort levensmotto en een deel van mijn werkwijze als professional. Want ik zie dat het in organisaties net zo werkt. Niet het besluit is de oplossing voor dilemma’s of ingewikkelde knelpunten, maar de erkenning voor wat er is en waar het schuurt. Ook in organisaties hechten we meer waarde aan besluiten nemen, dan aan het eerst echt erkennen van wat er speelt.
Voor mij werd het die dag vijf jaar geleden glashelder: het probleem was dat ik gesprekken over terugkeer aan het voeren was, waar ik niet meer in geloofde, omdat er een structureel verschil van visie en taakopvatting was ontstaan. Dát was de constatering die de opluchting veroorzaakte en de ruimte gaf om een besluit te nemen.
De focus op besluiten lijkt daadkrachtig en oplossingsgericht. We vinden het ongemakkelijk om echt te kijken naar waar het schuurt. Om met radicale eerlijkheid te erkennen wat er loos is. Dat vinden we ‘blijven hangen in het negatieve’.
Maar radicaal eerlijk kijken en erkennen, is iets heel anders dan het blijven herhalen van de probleemschets, of ‘het negatieve te veel aandacht geven’. Wat het oplevert is ruimte. Van waaruit als logisch gevolg betere en duurzame besluitvorming ontstaat.
Als die advocaat van toen was begonnen met “nou, zal ik dan maar een voorstel voor ontslag voor je maken, want ik geloof dat dat is wat je wilt?” zou ik in de weerstand gegaan zijn. Het zou gevoeld hebben als een overhaast besluit. Maar door te vragen of het nog zin had wat ik aan het doen was, legde hij heel scherp de vinger op de zere plek. En precies daar lag de oplossing.




Opmerkingen