top of page

Over jeugdsentiment, falafel en perspectief

  • 6 uur geleden
  • 3 minuten om te lezen

Ik heb weer tijd, of beter: neem weer tijd om te lezen de laatste maanden. Non fictie aan het eind van de werkdag, fictie in het weekend of ’s avonds op de bank. Langzaam zie ik mijn stapel ‘nog te lezen’ slinken en dus tijd voor aanvulling. Ik bestel bij mijn lokale boekhandel en haal ze dan op. Een bewuste keuze om bij te dragen aan lokale ondernemers in plaats van online klikken en wachten op de pakketbezorger.


Mijn boeken lagen klaar en ik werd geholpen door een jonge vrouw van begin twintig. “Oh ja, u komt voor die mooie  stapel. Goede smaak heeft u!” riep ze enthousiast. Ik had twee jeugdboeken besteld. Een Terlouw en een Beckman. Fijn voor het slapen gaan. Ze had ze allebei gelezen, uit de boekenkast van haar ouders. Ze had ze verslonden zelfs, nog steeds aansprekend vond ze. “Maar", ze aarzelde even, ze had het er met een vriendin over gehad en, hadden ze geconstateerd, “je kunt wel zien dat ze uit de jaren zeventig komen.” Ik vroeg haar waar ze dat het meest in had ervaren.

“Genderperspectief”, zei ze.  

En met dat ze het zei, realiseerde ik me dat alleen dat woord al, toen ik haar leeftijd had, niet eens bestond. In elk geval niet in mijn wereld. Laat staan toen ik Terlouw en Beckman voor het eerst las. Je had jongens en je had meisjes en daar dacht je niet over na. Later waren er jongens die verliefd waren op jongens, of meisjes op meisjes, dat was best gek, maar oké, dat bestond dan kennelijk ook. En feminisme. Maar daarmee hield het wel op.


Dat korte gesprekje met deze enthousiaste jonge vrouw van nu, maakte in een klap mijn perspectief op de boeken in mijn tas anders. Ik zou ze niet alleen lezen met enig jeugdsentiment en plezierige herinneringen, zoals waar ik me eenvoudig op verheugd had, maar ook door een andere lens. Tijdgeest.

De tijdgeest van mijn jeugd.

De tijdgeest waarin gender geen onderwerp is, inclusiviteit geen issue. Een overzichtelijk wereldbeeld, waarin zaken die nu steeds meer een gegeven zijn, helemaal niet leken te bestaan. En hoe ik daar, in meer dan veertig jaar zelf in ben meegegroeid.


Onderweg naar huis duik ik ook nog even mijn favoriete falafel zaakje in, om mezelf te trakteren op een makkelijk maal voor op de bank na de werkdag. De vrolijke Syrische eigenaar nam mijn bestelling op en ik vroeg hem hoe het ging, of hij zich zorgen maakte over de situatie in het Midden Oosten. “Moeilijk”, zei hij, terwijl hij even nadacht. Ik knikte, omdat ik dacht te begrijpen wat hij bedoelde; een zorgelijke situatie. Maar hij vervolgde in zoekend Engels: “we zijn nog zo blij, Syrië nu zo goed en beter. Maar Iran niet goed. Syrië ertussen.” Jeetje ja, dat was ik alweer kwijt. De focus op de situatie daar nu, doet je helemaal vergeten dat nog niet zo lang geleden zijn land een daadwerkelijke regime change heeft doorgemaakt. Terwijl mijn manouche heerlijk geurend uit de oven gehaald en ingepakt werd, vatte hij bijna poëtisch samen: “wij staan nog te dansen op de grond en als we naar de hemel kijken vliegen de raketten over ons hoofd….moeilijk.” Moeilijk om je tot die situatie te verhouden, begreep ik nu dat hij bedoelde. Moeilijk om tegenstrijdige emoties en ervaringen bij elkaar te brengen.


Over perspectief gesproken.


Ze blijven me bij, dit soort kleine gesprekjes.  Ze zijn de menselijke belichaming van grote thema’s. Door een enkele ontmoeting komt het grote het dagelijkse binnen. Het zijn vaak mijn favoriete momenten van de dag. Niet gepland, niet gezocht. Gewoon een paar zinnen tussen twee mensen die elkaar toevallig treffen. En ineens zit ik ’s avonds met boek, maal én een ander perspectief op de bank.


 
 
 

Opmerkingen


bottom of page